Ontvangst in Emmeloord met bloemenkransen (1792)

Sedert Amsterdam in het bezit is van Emmeloord en Urk werden regelmatig bezoekjes aan de eilanden gebracht. In 1792 namen de Staten van Holland het bezit over en bracht een Amsterdams gezelschap een laatste bezoek aan Emmeloord, waarbij ook Ens werd aangedaan. Ook was er ter plaatse een ontmoeting met een deputatie uit Friesland en Overijjssel. De heren -onder leiding van de heer Van der Goes, pensionaris van de stad Amsterdam - werden door opzichter Seidel afgehaald van het jacht. De tocht was op 5 juli begonnen.

Wij voeren naar het dorp Emmeloord en werden aan land komende door vrouwen met een krans in de hand en rondom ons dansend, ontvangen. Doch de heer Van der Goes gaf te kennen dat zulks nu voor het laatst was, en op Emmeloord geen pas gaf. Zijn edele gaf hen daarop een presentje.
We gingen toen de buurt en de paalwerken rond, welke laatste in een droeve staat verkeerden, zodat je menselijkerwijs niet anders kon doen dan er ten sterkste op aan te dringen, of het niet wenselijk was deze buurt geheel te verlaten en aan de woede van de baren over te geven, tenzij ten spoedigste met de noodzakelijke reparaties zou worden begonnen. En al zag ieder de wanhopige situatie, de inwoners drongen er toch bij hun edelmogendheden ten sterkste op aan hen tot troost en toeverlaat te zijn.

Deze buurt bestaat uit 62 huishoudingen, die samen, mannen, vrouwen en kinderen, 282 zielen omvatten. De mannen, evenals op Urk, voorzien in hun onderhoud met vissen, waartoe een aantal van vijftig vaartuigen hun een bestaan verschaft. De vrouwen houden zich bezig met het melken van hun beesten en doen de huishouding. Ze zijn zeer gevorderd in de borduurkunst op wol en linnen. Hun dracht is zeer onderscheiden van alle andere eilandbewoners van de Zuiderzee. De blauwe kap die zij op hun hoofd dragen geeft een aardig effect. Zij zijn erop gesteld de kamers die zij bewonen te voorzien van allerlei soorten veelkleurige aardewerkborden, hun bedsteden met opgenaaide kussens en kleden te bedekken, en overal met prentjes, spiegeltjes of anderszins te versieren, 't geen een zeer aardige indruk maakt, en tevens een zeker soort van welstand aantoont. Al hun huizen zijn van hout gebouwd.
De bewoners zijn zeer beleefd, gul en hartelijk, de eenvoud straalt in allen door. Zij bewezen ons alle vriendelijkheid, en lieten ons heel duidelijk merken dat er een sterk verlangen was om hun buurt te mogen behouden, en of de heren daar toch voor wilden zorgen.

Het stukje land waarop zij een stuk of vijftig beesten kunnen weiden, bestaat uit natte kleigrond met aan de rand langs de zee een harde zandrand, die van dag tot dag afneemt, zodat, als er geen maatregelen worden genomen, dit randje zomaar kan verdwijnen. Op dat moment, als de weke kleigrond binnen weinig tijd geheel verzonken is, zal hun bestaan onmogelijk worden. De vrouwen moeten, als ze de beesten gaan melken, tot de knieën door de natte klei lopen. Al met al zijn zij, zowel mannen als vrouwen, zo gehecht aan hun grond, dat zij na herhaalde pogingen om zich op het vasteland te vestigen, toch na verloop van weinig jaren weer terugkeren naar hun geboorteplaats.

Terwijl er maar drie gereformeerde huishoudingen zijn, is er slechts één roomse kerk, van steen gebouwd en redelijk fraai, die door een priester wordt bediend. Een gereformeerd schoolmeester houdt er vrij goed school, en is zeer bekwaam in de schrijfkunst. De communicatie tussen Emmeloord en Ens, anderhalf uur van elkaar liggend, geschiedt door middel van planken op de paalwerken en waarvan de gereformeerden zich ook bedienen als zij naar de gereformeerde kerk in Ens lopen.

Na alles te hebben bezichtigd, en veel genoegen beleefd te hebben aan de vele kinderen en de eenvoudige behandeling van hen, hetgeen alles bij elkaar een zeer aandoenlijk tafereel oplevert, keerden we terug naar het jacht. Aan boord komende lichtten wij het anker en zeilden naar de rede onder Ens. (...)
Bij het aan de wal komen stonden verscheiden vrouwen en meisjes met versierde bloemkransen gemaakt van gras en papier en met het voornemen om al zingende op onverstaanbare wijze die kransen om het hoofd te gooien en om dan met hen te dansen. Doch daarvoor wordt bedankt, de kransen worden tegengehouden en er wordt hun een gulden gegeven.
We gingen naar het huis van de dominee, alwaar een dejeuner klaargemaakt was. Intussen gingen de heren voor zaken de kerk in, waar wij verzocht werden om de aanbesteding, die in de kerk geschiedt, bij te komen wonen. Op de bestekken kon worden ingeschreven om dan bij opslag aan de laagst aannemende te worden gemijnd.
Na een paar bestekken te hebben zien aflopen, gingen we de kerk uit en maakten een tour. Deze buurt is groot dertig huizen, waarvan sommige drie à vier huishoudens bevatten. De totale bevolking wordt, met de oude kerkbuurt, geschat op circa vierhonderd zielen. Zij leven op dezelfde voet en manier als hiervoor beschreven bij Emmeloord: de huizen zijn op dezelfde wijze versierd, terwijl ook de manier van kleding en gewoonte hetzelfde is. Het aantal kinderen was ook hier vrij groot.

Nadat de aanbestedingen waren afgelopen, werd door de heren en de dames onder het volk en de kinderen zes gulden aan duiten gestrooid, alsmede voor tien gulden aan koek, in kleine stukken gebroken. Het gaf hun veel plezier. Hierna keerden allen terug naar het Friese jacht, waar de Friese heren al eerder naar toe waren gevaren. Ze werden verwelkomd met vijf saluutschoten. Onder de daaropvolgende maaltijd werd menige toost uitgebracht onder het saluut van telkens vijf schoten. Om half tien 's avonds vertrokken de gasten weer naar hun eigen jacht, vergezeld van de Overijsselse heren. De Schokkers zullen een onrustige avond hebben gehad, want opnieuw vuurden de Friezen vijf saluutschoten af, die werden beantwoord met zeven schoten.

Een bijzonderheid welke nog het vermelden waard is over dit eiland, hetgeen we ter plaatse vernamen, was dat de zeden en gewoonten van deze eilandbewoners, volgens de algemene waarneming ten naaste bij overeenkomt met die van de oude Batavieren, en dat men bij hen nooit hoort over criminele zaken. Ook dat er in een grote reeks van jaren maar een enkele geseling heeft plaatsgehad en dat civiele zaken zeer gemakkelijk in der minne geschikt worden, en dat men bij hen geen processen kent. Van overspel hoort men nooit, en een meisje bezwangerd wordende, wordt door het huwelijk terstond ‘vereerlijkt'. Het aantal vrouwen en meisjes overtreft verre dat van de manspersonen, hetgeen 't bovenstaande nog bijzonderder maakt.

Via Lemmer, Marken en Muiden bereikte het gezelschap ten slotte op 17 juli weer Amsterdam.

Zie ook Statenjacht Amsterdam (1661)

Bron: Verslag van een tour gedaan met het groot OIComp.’s Jagt, van den 5e tot den 17e Julij 1792 door de Zuiderzee. Een compleet afschrift van dit verslag in: De Schokker, 3e jaargang, nr.1 (Nationaal Archief T.3.19.55, inv.nr.41)

www.schoklanddoordeeeuwenheen.nl